Thema 2: Wat is nu leren ? - Thema 2: Wat is nu leren ? - 2009-2010

Vaardigheidstrainingen Beeldend

Beeldend

Het magazijn van verbeelding 
 De student komt in de basisschool in aanraking met de verschillende verschijningswijzen van beeldende uitingen van kinderen. Als toekomstig leerkracht dient de student inzicht te hebben in de verschillende fasen van de ontwikkeling van de kinderlijke vormgeving. Naast bijvoorbeeld de expressieve periode van het beeldend vormgeven van kinderen in de onderbouw, heeft de student in de bovenbouw te maken met vormgeving en esthetische voorkeur van naturalistische aard. Deze voorkeuren zijn duidelijk gerelateerd aan de visuele realiteit. Dit wil zeggen dat hun beeldend streefdoel "net echt" werken is. De leerkracht moet een aantal didactische vaardigheden hebben verworven om deze specifieke problemen in het beeldend vormgeven van kinderen adequaat te kunnen begeleiden. Om dit mogelijk te maken zal de student zich bewust moeten zijn van de verschillende kritische momenten in de ontwikkelingspsychologische stadia van het beeldend uiten.
In de productieve component van deze vaardigheidslijn onderzoekt de student verschillende verschijningsvormen van verbeelden, gekoppeld aan individuele leerbehoeften. Uitgangspunt hierbij is 'het hoofd' als beeldthema. Via experimenten in vormgeving wordt er gependeld tussen waarneming en verbeelden, tussen impressie en expressie.
Door het, in een (zelf)ontdekkend leerproces, opdoen van ervaringen in verschillende vormgevingsmogelijkheden, zienswijzen en experimenten, komt de student tot een beeldend werkstuk waarbij tal van problemen moeten worden opgelost en frustraties overwonnen. Hierdoor kan er transfer plaatsvinden en wordt het inzichtelijk voor de student aan welke voorwaarden de beeldende omgeving moet voldoen om kinderen te kunnen stimuleren en een optimale context te creëren. 
 Doelen
- De student maakt kennis en verwerft inzicht in verschillende instructiewijzen in beeldende situaties zoals directe   instructie en interactieve instructie.
- De student verwerft inzicht in de ontwikkelingsbehoeften van kinderen gekoppeld aan ontwikkelingspsychologische stadia het beeldend uiten van kinderen.
- De student wordt geconfronteerd met didactische strategieën die bij kinderen een ononderbroken ontwikkeling in beeldend vormgeven garanderen.
- De student dient zich bewust te worden van zijn subjectieve concept in relatie tot esthetische voorkeuren.
- Verbreden van het kunstzinnige referentiekader.
- De student gaat het beeldende vormgevingsproces meer zien als een vorm van probleemoplossend leren.
- De student leert abstraheren, deformeren, vervreemden en stileren.
- De student vergroot zijn vaardigheid in diverse technieken op 2-dimensionaal vlak.
Algemene werkwijzeDe vaardigheidslijn bestaat uit zes bijeenkomsten van 1,5 uur. Elke bijeenkomst bestaat uit een receptief (beschouwend) en productief (praktisch werken) deel. Beide componenten zijn gericht op het verwerven van competenties ten behoeve van het uitvoeren van verantwoorde onderwijsactiviteiten.
Voor het functioneren als leerkracht vindt in elke bijeenkomst, actueel en incidenteel, reflectie op en transfer naar de onderwijspraktijk plaats. Veel praktijkvoorbeelden worden gevisualiseerd aan de hand van werk van basisschool kinderen. 

Bijeenkomst
 

Thema/activiteiten

Studielast in uren

1

-Introductie, toelichting thematiek
-werkcollege beeldthema hoofd

1,5

2

-werkcollege: voortzetting
 onderzoeksactiviteiten
-reflectie en transfer

1,5

3

-werkcollege: voortzetting
 onderzoeksactiviteiten
-reflectie en transfer

1,5

4

-werkcollege: van onderzoek naar
 verbeelding
-reflectie en transfer

1,5

5

-werkcollege: van onderzoek naar
 verbeelding
-reflectie en transfer

1,5

6

-presenteren, evalueren
-reflectie en transfer

1,5

SBU

 

19

herkansing

 

 

Totaal

 

28

 Beoordeling
werkstuk:
-              De student laat verschillende door hem zelf ontwikkelde materiaal/technische
                experimenten zien
-              De student is in staat deze toe te passen binnen het gegeven beeldthema (hoofd)
-              De student laat zien dat hij een subjectief concept kan omzetten in een onderzoek
               waarin verschillende voor hem vernieuwde beeldende inzichten te                ontdekken vallen.
-              De student laat zien welke materiaal/technische vaardigheden hij heeft geleerd,
                ontdekt en/of versterkt.
 opdracht theorie/werkplekleren:
-              -De student kan verschillende doelen en doelstellingen van het beeldend onderwijs benoemen en demonstreert daaromtrent inzicht en een aanzet tot eigen meningsvorming d.m.v. het maken van theorieopdrachten (Schasfoort, Beeldonderwijs en didactiek, hst. 2 'ontwikkeling').
-De student is in staat de verworven inzichten en leerstrategieën toe te passen in de authentieke situatie van de  basisschool.
-              De student laat zien
                -in welke context hij de kinderen kan stimuleren en inspireren
                -hoe een verantwoorde beeldende activiteit er voor groep 1 t/m 8 kan uitzien
                -hoe hij een beeldend inspirerende leeromgeving inricht
                -welke ruimte er is voor onderzoek en welke beeldende inzichten te                  ontdekken vallen
                -welke eisen hij stelt aan de kwaliteit van het beeldend werk(proces).
 Het eindpunt wordt bepaald door:
1.             Toetsvorm: werkstuk en opdracht theorie
2.             Resultaat:               • werkstuk: cijfer
                                               • opdracht theorie: voldoende of onvoldoende
3.             Minimale waardering:
                                               • werkstuk: minimaal 5,5
                                               • opdracht theorie: moet voldoende zijn
                Er kan niet gecompenseerd worden.
De opdracht theorie kan herkanst worden door het maken van een schriftelijke hertoets.
   4. Weging:                          • werkstuk: 100%