Uitleggen is meer dan zeggen hoe iets in elkaar zit.
Inleiding
Leraren in het basisonderwijs moeten regelmatig iets uitleggen, vooral binnen het vakgebied rekenen-wiskunde. Soms gebeurt dit op verzoek, als leerlingen iets niet begrepen hebben, maar ook leggen leraren wel eens iets uit, voordat de leerling de kans heeft gekregen het wel of niet te begrijpen. Hoe het ook zij, uitleggen gebeurt om anderen te laten begrijpen.
In deze vaardigheidslijn willen we jullie handvatten geven om aan anderen iets te kunnen uitleggen, de ander iets te laten begrijpen. Uitleggen is meer dan zeggen hoe het in elkaar zit. Er zijn vele benaderingen mogelijk (Goffree, 1994, p.135), welke in deze vaardigheidslijn aanbod komen. De praktische beoefening zal hierbij centraal staan.
Goffree, F., (1994). Wiskunde en didactiek deel 1. Wolters Noordhoff: Groningen.
Doelen:
Algemene werkwijze:
Tijdens deze vaardigheidslijn doe je ervaring op met het geven van juiste uitleg. Het oefenen van de vaardigheid vindt plaats in groepen van drie studenten. Eén student is verantwoordelijk voor het geven van de uitleg. Aan de tweede student wordt het telprobleem uitgelegd. De derde student observeert de manier van uitleggen en probeert na afloop van de oefening opbouwende feedback te geven.
In het schema staat de inhoud per bijeenkomst vermeld evenals de verdeling van de studielast.
Schema
Bijeenkomst
Onderwerp / activiteiten
Studielast in uren
(inclusief docent onafhankelijke voorbereiding en afronding)
1
Inleiding op theoretische achtergrond (contexten, realistisch rekenonderwijs en interactieve didactiek).
Toelichting op toetsing.
4
2
Het belang van een goede uitleg aan den lijve ondervinden door telproblemen op te lossen.
4
3
Toelichting op de verschillende manieren van uitleggen.
4
4
Formatief toetsmoment.
4
5
Oefening in het bereiken van horizontale en verticale interactie naar aanleiding van een "good practice" (filmfragment).
4
6
Summatieve toets
8
herkansing
Totaal
28
Beoordeling:
In een groep van 3 studenten neem je deel aan het summatieve toetsmoment. Het is de bedoeling dat je aan een medestudent een kale rekensom uitlegt en daarbij gebruik maakt van passende contexten, materialen en modellen. Een medestudent observeert de interactie en vult zijn oordeel in op een feedbackformulier. De vakdocent bekijkt het formulier en geeft uiteindelijk de eindbeoordeling. De beoordeling van vaardigheidslijn 3 wordt uitgedrukt in een voldaan of niet voldaan.
Literatuur:
In eigen bezit:
In bibliotheek: