De vaardigheidslijn Engels.
Inleiding
Een goede kennis van het Engels is voor een toekomstig docent basisonderwijs van groot belang. In de basisschool vormt het Engels immers een verplicht onderdeel van het programma (EIBO).
Daarbuiten is het Engels so wie so belangrijk als communicatiemiddel in onze sterk internationaliserende wereld.
Om in de klas Engels te kunnen geven, is het inderdaad noodzakelijk om het Engels goed te beheersen en met name voldoende vaardigheid Engels te bezitten om de thema’s van het EIBO in de klas te behandelen, om voldoende “class room English” te beheersen en je gemakkelijk uit te drukken in deze taal als je met je leerlingen communiceert. Het startniveau van de studenten zal sterk verschillen, omdat deze afhangt van de vooropleiding en persoonlijke omstandigheden. Daarom zullen er ook mogelijkheden worden aangereikt om zelfstandig de eigen vaardigheid te verbeteren. Om eventuele lacunes op te sporen is er aan het begin van de cursus een instaptoets voorzien.
Het is ook van groot belang dat je dit onderwijs Engels op zo’n manier kunt verzorgen dat de leerlingen aangezet worden om het Engels te gebruiken en te leren binnen en buiten de klas. Daarom zullen in deze vaardigheidslijn diverse werkvormen, lesmateriaal en enkele vakdidactische principes aan de orde komen. Daarbij zal de lespraktijk steeds het uitgangspunt en het doel vormen. De studenten zullen dan ook in groepjes zelf lesmateriaal en/of lesplannen gaan ontwikkelen.
Een belangrijk basisprincipe bij het leren van vreemde taal is de “doeltaal – voertaal” formule: je leert een taal goed door deze veel te gebruiken, dus zal de communicatietaal tijdens de contacturen ook steeds het Engels zijn.
Doelen*
De student:
· Is in staat moeiteloos en met zelfvertrouwen in het Engels te communiceren binnen de doelstellingen en thema’s van het EIBO. Daartoe beheerst de student in voldoende mate de Engelse taal in geschreven en gesproken vorm.
· Is in staat om een les(senserie) te ontwikkelen en daarbij een verantwoorde, effectieve en efficiënte keuze maakt uit recent lesmateriaal voor Engels in het basisonderwijs (Eibo) en andere bronnen. Hij of zij kan deze lessen evalueren en verbeteringsvoorstellen doen.
· Staat positief tegenover Eibo en krijgt steeds meer plezier in het voorbereiden en uitvoeren van lesactiviteiten Engels. Hij of zij staat daarbij open voor vernieuwingen op het gebied van Eibo en streeft ernaar om in de lesactiviteiten zo veel mogelijk aan te sluiten bij de realiteit en de belevingswereld van de leerlingen.
· Is in staat leerlingen te motiveren om zelf het Engels te gebruiken in situaties die passen bij de leefwereld van de leerlingen.
· Wil ook meer weten over de manier waarop je via andere middelen kinderen de mogelijkheid kunt geven hun taalvaardigheden te vergroten. Reflectie op hoe je (een vreemde) taal leert is daarbij belangrijk; dat ervaart hij of zij bij zichzelf en dat wil hij of zij kinderen laten ervaren.
· Is in staat zo goed mogelijk rekening te houden met verschillen in taalaanleg en achtergrond. Hij of zij wil Engels zo min mogelijk via het Nederlands maar situationeel aanbieden en wil alle kinderen een succeservaring laten beleven;
· De student vindt het belangrijk dat de deuren van de school open staan en benut kansen om internationalisering in het onderwijs in te bouwen. Hij of zij streeft ernaar om de kinderen ook buiten het klaslokaal Engels te laten gebruiken.
* Geïnspireerd door Vakspecifieke competenties voor studenten aan de lerarenopleiding primair onderwijs (SLO)
Algemene werkwijze
De bijeenkomsten hebben het karakter van trainingen. Het ontwikkelen van vaardigheden staat immers centraal. De literatuur dient ter ondersteuning van deze ontwikkeling. Hier gaat het om ´weten´ en ´weten hoe´ (piramide van Miller)
De formatieve toets en de peerassessments richten zich op het ´tonen´ en ´doen´.
Hiermee wordt een goede basis gelegd voor het ontwikkelen van communicatieve en pedagogische competenties.
Schema
Bijeenkomst
Onderwerp
Studielast
1
a. de opzet en wijze van beoordeling van deze trainingen worden kort toegelicht.
b. de beginsituatie wordt bepaald vanuit het curriculum en de student reflecteert op zijn eigen leerwensen t.a.v. communicatieve en en pedagogische vaardigheden met gebruik making van de scorelijst. Hierover maakt de student een kort verslag (product 1)
c. leeswerk voor thuis: de literatuur die bij bijeenkomst 2 vermeld staat.
2 uur
2. (extra lokaal)
a) De literatuur over het kringgesprek en het onderwijsleergesprek blz. 151 t/m 172 uit het boek ‘het didactische werkvormenboek’ van Piet Hoogeveen en Jos Winkels worden besproken a.d.h.v. enkele richtvragen.
b) H2 en H5 uit ´Communicatie in de klas´ wordt besproken a.d.h.v. enkele richtvragen.
6 uur
3
a. Demonstratie van het kringgesprek
b. Demonstratie van het onderwijsleergesprek
De scorelijst wordt gebruikt voor het geven van feedback
c. Het peerassessment ´kringgesprek´ en ‘onderwijsleergesprek’ dat gedaan wordt op de werkplek wordt voorbereid.
2 uur
In de stage
a. Peerassessement kringgesprek en onderwijsleergesprek plannen en uitvoeren
b. Verslag hiervan maken (product 2 respectievelijk product 3)
4 uur
4 (extra lokaal)
a. Oefenen met het kringgesprek en het onderwijsleergesprek.
b. Het basisgesprekmodel wordt uitgebreid besproken en het openen van het gesprek wordt geoefend.
2 uur
5
a. Oefening: herhaling assessment ´groepsgesprek´ uit jaar 1 thema 1 >> werkoverleg.
b. De overeenkomst met het werkoverleg wordt besproken.
c. Doortrainen op de specifieke vaardigheden uit het basisgesprekmodel. Aandacht voor de zogenaamde regulerende vaardigheden.
4 uur
6
Formatieve toets in de vorm van het werkoverleg. De feedback die de studenten ontvangen wordt meegenomen in een kort reflectieverslag. (product 4)
4 uur
Producten
Zorg dat alle producten plus de samenvatting (product 5) volgens de richtlijnen gemaakt worden.
4 uur
Inleveren
Alle producten voorzien van je naam op papier inleveren bij de docent
Totaal
28 uur
Beoordeling
De studenten nemen deel aan een instaptoets Engels, om het taalvaardigheidsniveau van de studenten te bepalen. Voor de studenten die dat niveau nog niet beheersen, bestaat er de mogelijkheid om zelfstandig aan hun lacunes te werken om aldus hun talenkennis en zelfvertrouwen op te bouwen. Daarna vindt er een hertoets plaats voor deze groep, om te controleren of de student een aanvaardbaar niveau heeft bereikt.
Aan het eind van het thema leggen alle studenten van de jaargroep een test af waarbij getoetst wordt of de studenten de bovenbeschreven doelstellingen hebben behaald. De student wordt getest op zijn taalvaardigheid en op de verworven vakdidactische vaardigheid; voor beide onderdelen dient de student een 5,5 te behalen. Ook de tijdens de bijeenkomsten gepresenteerde les(senserie) wordt beoordeeld. De beoordeling hiervan is voldoende of onvoldoende.
Literatuur
Het leerboek: Practische didactiek voor Engels in het basis onderwijs – Sibilla Oskam – ISBN: 906283465-5
De readers:
A: English Fluency, Pronunciation and Grammar exercises + DIY remedial feedback
B: Learning English can be fun.
C: Internetsites ten behoeve van de studenten, zoals www.dialang.org, worden ook op Blackboard gezet.