Vaardigheidslijn Stellen
Periode 4, pabo 1
Inleiding
"Bijna iedereen produceert in zijn leven een groot aantal teksten. Je hoeft er geen dichter of journalist voor te zijn. Een boodschappenbriefje, een advertentie voor een overbodige koelkast op het prikbord in de supermarkt, een sinterklaasgedicht, een verlanglijstje, een briefje voor de buurvrouw die de kat verzorgt, een boze brief aan het reisbureau, allemaal voorbeelden van alledaagse teksten.
Schrijven lijkt steeds belangrijker te worden. In veel beroepen moeten allerlei gegevens op papier gezet worden. Een storingsmonteur vult een uitgebreid formulier in, een verkoper noteert een klacht van een klant en een verkoper voert een bestelling in op zijn laptop. Door de opmars van communicatie via e-mail, sms' en en chatten heeft het schrijven alleen maar aan belang gewonnen......................................................."
( uit: Stellen, Henk Huizenga, hoofdstuk1)
Doelen
Studenten kunnen de verschillen aangeven tussen procesgericht en productgericht stelonderwijs en kunnen hun visie hierop formuleren.
Studenten krijgen inzicht in het stelproces en kunnen deze inzichten toepassen in stellessen en in hun eigen teksten.
Studenten kunnen aangeven welke functies schrijven heeft, ze kunnen deze functies herkennen en relateren aan tekstsoorten en toepassen in stellessen en in hun eigen teksten.
Studenten zijn zich bewust van hun eigen stelstrategieën en kunnen zo fungeren als model voor hun leerlingen.
Studenten kunnen reflecteren op hun eigen teksten en op hun stelvaardigheden.
Studenten leren feedback te geven op teksten van hun medestudenten en deze teksten te reviseren.
Studenten kunnen hun teksten beter maken door gebruik te maken van de feedback van hun medestudenten.
Studenten leren hoe ze het stelproces kunnen begeleiden en hoe ze de stelproducten kunnen beoordelen.
Studenten krijgen oog voor verschillen in stelstrategieën van kinderen en zien mogelijkheden om de stelvaardigheid van kinderen te vergroten.
Studenten kunnen functionele stelopdrachten ontwerpen en uitvoeren.
Algemene werkwijze
In deze vaardigheidslijn wordt een drietal lijnen onderscheiden: een vakdidactische, een gezamenlijke (groepswerk) en een individuele.
De vakdidactische kaders worden tijdens de bijeenkomsten aangereikt. Verder werkt de student in een groep van 3 aan een tijdschrift bestemd voor groep 7-8 van de basisschool waarin hij de vakdidactische kaders praktisch toepast. Tot slot werkt de student aan zijn eigen stelvaardigheid door middel van een tweetal verplichte zakelijke schrijfopdrachten.
Schema
Bijeenkomst
Thema/activiteiten
Studielast in uren
(inclusief docentonafhankelijke voorbereiding en afronding)
1
Schrijfproces
Schrijfstrategieën
4
2
Stelopdrachten
4
3
Leerlijnen
Tussendoelen
4
4
Stimuleren strategisch schrijven
Toetsing en evaluatie
4
5
Werkbijeenkomst
4
6
Gezamenlijke toets
4
Totaal
28
Beoordeling
Het resultaat van het groepswerk wordt beoordeeld met onvoldoende/voldoende/goed
De schriftelijke toets (individuele schrijfopdracht) wordt beoordeeld met onvoldoende/voldoende/goed
Beide onderdelen moeten met minimaal voldoende afgesloten worden.
Aanwezigheid
Gezien de opzet van de vaardigheidslijn waarin groepswerk een grote rol speelt, wordt de student geacht elke les aanwezig te zijn.
De docent heeft het recht een student uit te sluiten van de schriftelijke toets.
Literatuur
Tussendoelen gevorderde geletterdheid, Cor Aarnoutse en Ludo Verhoeven, hoofdstuk 3 leerlijn 5 (Delphi)
Stellen uit serie Taal en Didactiek, Henk Huizenga, pagina 106-107 en hoofdstuk 7 (Delphi)
Taalonderwijs ontwerpen, Henk Huizenga en Rolf Robbe, hoofdstuk 4.4 (Delphi)
Zakelijke communicatie deel 1, Daniel Janssen (red), module 4 (Dephi)