Thema 2: Wat is nu leren ? - Thema 2: Wat is nu leren ? - 2009-2010

Taken Onderwijsgroep

Taak 1: Hoi we gaan naar het museum!

Onderwijsgroep
Taak 1     Hoi, we gaan naar het museum!
Je had die koppies moeten zien toen ik de klas binnenkwam in mijn tunica en op mijn sandalen en me gedroeg als Julius, die het Romeinse badhuis bezocht. Door mijn indrukwekkende entree was het muisstil in de groep. Ik merkte, dat als je in de huid van een ander kruipt, je verhaal veel meer indruk maakt; ik werd steeds zekerder.
De mooie platen, die ik op Internet gevonden had, boeiden de kinderen erg. Annette vond vooral de platen mooi en Robin het verhaal erbij spannend. Ik merkte wel, dat de film, die ik gezien had op Discovery, over het nabouwen van een badhuis in Turkije, me bij de voorbereiding goed heeft geholpen. Toen ik als Julius vroeg: "Wat gebeurt er nu in een badhuis?", schoten er wel 15 vingers de lucht in. Wat bleek? Enkele kinderen waren in het Archeon geweest en vertelden daar enthousiast over. Waarom hebben ze daar vorige week niet over verteld? En nu volgende week het bezoek aan het Limburgs Museum
Het museumbezoek werd een succes. De mevrouw van het museum wist de kinderen met haar verhaal goed te boeien, maar vooral het werken met de materialen viel in de smaak. Wat me opviel was dat er in elke ruimte een kast met opdrachten stond, die qua inhoud, werkvorm en taalgebruik feilloos aansloten op de verschillende behoeftes van kinderen; knap hoor.
De kinderen hebben genoten en ik nog meer van hen.
Na het museumbezoek bleek ineens de geschiedenismethode ook haar vruchten af te werpen en bleek helemaal niet zo saai als z

e eerst dachten. Er werden pittige gedifferentieerde opdrachten geformuleerd, die, nu ze er eenmaal een voorstelling bij hadden, heel uitdagend waren. Fijn zo'n methode!
Mogelijke bronnen:
Boeken bibliotheek:

Boeken Sherpa Pro:

Tijdschriften

Websites:
www. Thermenmuseum.nl      
www.Limburgsmuseum.nl 
www.KasteelHoensbroek.nl
www.Archeon.nl                     
www.Industrion.nl              
www.Afrikacentrum.nl

Taak 1 +: Vier zielen, vier gedachten

Taak 1+    'Vier zielen, vier gedachten'
Op de maandag en dinsdag heb ik een andere mentor dan op de woensdag en donderdag. Het valt me op dat de twee mentoren erg verschillend werken. Mia van de maandag en dinsdag vindt het belangrijk dat de kinderen precies weten wat van hen verwacht wordt. Bijvoorbeeld de regel van het handopsteken als het stil moet worden. De kinderen weten dat precies. Ook geeft Mia altijd het goede voorbeeld, zodat de kinderen haar na kunnen doen. Volgens mij is dat modelleren.
 
Dit in tegenstelling tot meester Willem. Willem vindt het belangrijk dat kinderen kunnen meedenken tijdens instructielessen. Het grappige is dat bij bijvoorbeeld handvaardigheidlessen het verschil in didactiek van hen beide duidelijk wordt. Laatst met een handvaardigheidles rondom herfst hadden de kinderen bij Mia een boom gemaakt van papier-maché. Mia gaf een duidelijke instructie en had op een stappenplan geschreven hoe ze het moesten maken. Per stap had ze een foto gemaakt van de tussenstappen. Ook had ze het eindresultaat meegenomen. Er zat wel wat verschil in de kleur bladeren, maar verder waren de producten hetzelfde. Het zag er wel heel mooi uit allemaal.
 
Omdat Loes, een leerling uit mijn stagegroep, een verhaal vertelde over de eekhoorntjes in de tuin van haar nichtje, bedacht Willem ter plekke een variant op de opdracht van Mia. Willem was erg benieuwd naar de gedachten die het verhaal van Loes bij de leerlingen opriep. Ook was hij nieuwsgierig naar de kennis die de leerlingen al hadden over boomdieren. Hij tekende een cirkel op het bord met daarin het woord

m>boomdieren. Willem trok vers

chillende lijnen vanaf de cirkel en schreef bij één lijn het woord eekhoorn. Nu gaf hij de kinderen de beurt. "Wie kan er nog een dier noemen die graag in een boom leeft?" De kinderen staken bijna allemaal hun vinger op! Er werden verschillende dieren genoemd, zoals een rups, een mees, een mier, en een uil. "Maar meester Willem?, "vraagt Roland, "ik zag laatste een molshoop bij de boom. Misschien woont een mol graag onder een boom." "Daar zou je best gelijk in kunnen hebben, Roland, ik zet hem erbij." "Meester, meester," roept Gemma uitgelaten, "ik heb wel eens gehoord van een boommarter." En zo gaat de klas nog een poosje door.
 Na de eerste verkenning helpt Willem de kinderen om relaties tussen de verschillende woorden te leggen. Ze ordenen de begrippen in drie categorieën. Dieren die in een boom leven krijgen een rode kleur, dieren die onder de boom leven een blauwe kleur en dieren die rondom de boom leven worden met groen omcirkeld. De klas wordt eveneens in drie groepen verdeeld. Iedere groep krijgt de opdracht om dieren uit de toegewezen categorie te knutselen van kosteloos materiaal. Voordat ze daaraan beginnen laat Willem een uitzending van Nieuws uit de Natuur zien. Ik vraag Willem waarom ze eerst tv gaan kijken en niet meteen met knutselen beginnen. Hij vertelt me dat het belangrijk is om kinderen te prikkelen en de geactiveerde voorkennis te koppelen aan nieuwe kennis. Zodra de kinderen starten met knutselen, zie ik het effect van de video. De kinderen hebben een duidelijke voorstelling hoe hun dier eruit moeten komen te zien. Soms zelfs tot in het kleinste detail. Ik sta versteld!
Bij een gesprek dat ik de volgende dag met Frieda (een leerkracht uit een andere groep) heb, kom ik erachter dat zij ook weer een andere opvatting heeft over leren en instructie. Zij vindt vooral dat je als leerkracht de dialoog met de kinderen moet voeren en moet aansluiten op de zone van naaste ontwikkeling.
 Thuis dacht ik hier nog eens over na. Wat vind ikzelf eigenlijk van al die verschillende opvattingen over leren en wat is nu effectieve instructie? Welke didactiek werkt goed en wanneer? Weet ik er al genoeg van? Hoe zou ik het nu aanpakken in mijn eigen klas? Ik denk dat ik de zaken maar eens goed ga onderzoeken om een standpunt in te nemen. Wel zo belangrijk voor mijn eigen handelen!
 Mogelijke bronnen:
Internet:-

Boekaerts, M. & Simons, P.R. (2003). Leren en instructie: psychologie van de leerling en het leerproces. Hoofdstukken 1.2 en 4.
Boeken bibliotheek:
Veen, van der, T. & Wal, van der, J. (2003).Van leertheorie naar onderwijspraktijk. pp. 11-61. Groningen: Wolters-Noordhoff.
Parreren, C.F. (1990). Leren op school. pp. 9-16. Groningen: Wolters-Noordhoff.
 Websites:

Taak 2: Vragen zijn het begin van wijsheid

Taak 2      Vragen zijn het begin van wijsheid
Het museumbezoek heeft me zo'n kik gegeven, dat ik besloten heb met de kinderen naar de sluis net buiten het dorp te trekken. Als we naast de sluiskolk staan vraag ik :"Wie kan uitleggen hoe deze sluis werkt?". De kinderen kijken me vrolijk aan, maar niemand weet het antwoord. 'Allé, denk nu eens goed na, probeer ik . 'Ha juf, misschien kan ik een duikje nemen daar frissen mijn hersens van op.' Ik schrik me rot. Esther staat in duikhouding op het randje van de sluiskolk. 'Kom er onmiddellijk af' roep ik boos.'Moeten er ongelukken gebeuren?' Er wordt door elkaar geroepen en ik voel me steeds radelozer worden.
Dit moet anders. Toen ik ze eindelijk op veilige afstand van het water had, zei ik :"Jongens, kijk eens goed en geef aan wat je opvalt"; deze vraag is veel operationeler en meteen kreeg ik goede antwoorden.
'Ik zie twee hoge torens, juf! 'Waar zijn die voor?'Ja dat zou ik ook wel eens willen weten echoot Janneke.
Ha ,nu kan ik mijn verhaal vertellen. De kinderen luisteren geboeid naar de vergelijking met het verhaal van Robin Hood die zich in een boom laat slingeren, door de wet van de contragewichten. 'Ha nu snap ik hoe het werkt, in die torens zitten dus de contragewichten' wijsneust Jim.
 "Als je nu weet, dat de deuren open en dicht gaan met contragewichten en water van hoog naar laag stroomt, zou het schutten van een sluis dan veel of weinig energie kosten?" vraag ik.
De vraag roept veel discussie op en veel goede antwoorden. De sluiswachte

r geeft meteen het bewijs door de sluis speciaal voor de klas te schutten, ook al is er geen boot te bekennen. De kinderen vinden het prachtig en vertellen hardop, wat er allemaal gebeurt. Marcel zegt wijselijk:"Dat had de sluiswachter nooit gedaan, als het veel energie kost, hè juf?".'
Ik vind het uniform van de sluiswachter wel heel erg mooi' verzucht Olivier.. 'Nou, maar mijn oma vindt dit bouwwerk echt heel erg lelijk.' zegt Thomas en hij trekt er een heel vies gezicht bij. 'Maar mijn papa  vindt het prachtig , want hij kan er nu met z'n boot altijd goed door het kanaal varen en dat is heel handig.' brengt Janneke in. Dit is dus multiperspectiviteit bedenk ik plotseling.
'Juf, mogen we volgende week artikelen over de sluis meenemen voor in de interessante boekenhoek? Ja en dan wil ik graag een interview met  de sluiswachter roept Oliver, want ik wil later sluiswachter worden. Hier ben ik even stil van. Oliver, het meest verlegen jongetje uit mijn klas wil gaan interviewen. De kansrijke taalhoeken gaan nu ook leven.
'Leve het interactief taalonderwijs' zeg ik spottend tegen mezelf. In het weekend ga ik bedenken hoe ik de taalhoeken kan koppelen aan de sluis. Dat wordt weer spannend.
 Mogelijke bronnen:
Tijdschriften :Praxis bulletin
Boeken:

 Sherpa Pro:

 Delphi:

 Internet / websites:

 Bibliotheek

Taak 2 +: Kun je beter leren en onthouden door interactie?

Taak 2+    'Beter leren en onthouden door interactie?'
Saïda is sinds september fulltime leerkracht van groep 6 op Basisschool 'In 't Hof'. Ze merkt dat ze minder interactie heeft met de kinderen dan ze op haar vorige baan gewend was. Daar wil ze verandering in brengen, omdat ze denkt dat door interactie tussen leerkracht en leerling, kinderen het best leren en onthouden. De coördinator van de bovenbouw is enthousiast, maar geeft aan dat er meerdere zienswijzen bestaan over cognitieve ontwikkeling. Ook geeft de coördinator aan dat Saïda met een theoretische onderbouwing moet komen om ook andere collega's enthousiast te kunnen maken. Saïda weet dat haar collega's graag opvattingen horen van invloedrijke psychologen. Tijdens haar zoektocht vindt ze er 2: Lev Vygotsky en Jean Piaget.
 Mogelijke bronnen:
Mediatheek:
-    L. Heemstra-Hendrix. Het verhaal van het kind, Thieme-Meulenhoff
 Sherpa Pro:

Boekaerts, M. & Simons, P.R. (2003). Leren en instructie: psychologie van de leerling en het leerproces. Assen: Van Gorcum.

 In eigen bezit:
Verhulst, F.C. (2005). De ontwikkeling van het kind. pp. 12-22. Assen: Van Gorcum.

Taak 3: Zelfontdekkend rekenen

Taak 3     Zelfontdekkend rekenen!
Het babyolifantje
 Op de Derde Dalton Basisschool in Amsterdam zit groep 3 in de weekendkring. Floor heeft een geboortekaartje meegenomen om aan de kinderen uit haar klas te laten zien.
 Fadoua reageert vertederd, 'Oh, wat een schatje, die zou ik wel in mijn armen willen nemen'.  'Nou", zegt Foor, 'dat lukt nooit,  Indri weegt 100 kilo, die kun je niet optillen'.
De juf stelt een vraag aan alle kinderen:
'Zou jij Indri kunnen optillen?'
 De kinderen reageren betrokken:

 De juf vraagt geeft de opdracht om uit te vinden hoe zwaar 100 kilo is en of je Indri nu wel of niet kunt dragen.
 De volgende dag komen de kinderen weer in de kring. Ze hebben allemaal spullen meege

nomen. Personenweegschalen, een balans, een keukenweegschaal, een pak suiker, een zak aardappels etc.. Ze proberen de weegschalen uit: maar niemand is zo zwaar als Indri. En een pak suiker weegt 1 kilo, dus Indri weegt even zwaar als 100 pakken! De materialen hebben ze allemaal op een tafel in de klas neergezet. Op die manier kunnen de kinderen zelf nog experimenteren met het wegen van spullen. Op de tafel staat ook de foto van Indri, die mag natuurlijk niet ontbreken, want daar is het allemaal om begonnen!
 Iedereen doet mee, zelfs ouders beginnen zich er mee te bemoeien. De vader van Nigel nodigt de kinderen uit om mee te gaan naar zijn kraam op de Albert Cuyp want daar staat een grote weegschaal.
Na heel wat discussie komen de kinderen tot de volgende conclusie: Merel, Linde, York, Wouter en kleine Tom zijn samen 100 kilo.
 Maar hoe til je hun nu op? De kinderen denken diep na en geven allerlei oplossingen:

 De laatste oplossing gaan ze uitproberen. Merel neemt een tweepersoons dekbedovertrek mee naar school en legt die opengeslagen in de zandbak. De vijf kinderen die samen 100 kilo wegen gaan op het dekbedovertrek zitten. De overige kinderen gaan om het laken staan en pakken de rand beet. En ja hoor, ze tillen de 100 kilo op!
"We hebben dus 18 kinderen nodig om 100 kilo te dragen!"
"Mogen we naar Artis, juf, dan kunnen we samen Indri gaan optillen."
 De juf vertelt enthousiast aan haar duo-collega Carla over de betrokkenheid en inventiviteit van alle kinderen. Carla kijkt bedenkelijk: "Ja, leuk dat de kinderen zo enthousiast zijn, maar hier leren ze toch niets van? En eerlijk gezegd, ik zou het niet durven en ook niet weten hoe ik moet werken zonder methode. Noem je dat dan 'ontdekkend leren'? Daarnaast hoeven de kinderen toch pas in groep 6 met maten en gewichten te werken? Bovendien lig je nu 2 taken van de rekenmethode achter, hoe haal je dat weer in? Je hebt al zoveel zwakke rekenaars in je groep, die zijn juist gebaat bij duidelijke instructie en inoefenen. Met een beetje praten over rekenoplossingen help je kinderen niet verder. Wat leren de kinderen dan en hoe pak ik dat aan?"
 Mogelijke bronnen:
Internet, websites:

 Boekaerts, M. & Simons, P.R. (2003). Leren en instructie: psychologie van de leerling en het leerproces. p.10.
Op jou kan ik rekenen...N. Fijma, H. Vink.
Meer dan onderwijs
Boeken:
Actief leren, Sebo Ebbens, pp. 49 - 53; 55 - 68. Wolters Noordhoff
Vraaggericht opvoeden, Hans van den Broek e.a., Thieme Meulenhoff
Jonge kinderen leren meten en meetkunde, TAL-team, Wolters Noordhoff
Veen, van der, T. & Wal, van der, J. (2003).Van leertheorie naar onderwijspraktijk. pp. 78 - 85. Groningen: Wolters-Noordhoff
Tijdschriften:
- Willem Bartjens (Sherpa Pro of studielandschap)
- Praxis(Studielandschap)

ek.nl/sites/all/modules/tinytinymce/tinymce/jscripts/tiny_mce/themes/advanced/langs/en.js?T" type="text/javascript"> ;- Wereld van het jonge kind (Studielandschap)

Taak 4: Schrijven van een beschouwing

Taak 4      De beschouwing
 Beschouwing
1 visie, beoordeling, overweging
2 onder woorden gebrachte en geuite overweging
3 het beschouwen, gadeslaan
 Vooraf
Voor dit thema staan vijf credits. De credits komen vrij indien:

 Opdracht
De student schrijft een beschouwing over de leerervaringen ten aanzien van het thema 'Wat is leren'.
 Inhoud en vorm van de beschouwing
In dit thema is de student in aanraking gekomen met verschillende leertheorieёn en hoe je die opvattingen kunt inzetten in de praktijk. De bedoeling van de beschouwing is dat de stu

dent aan de lezer duidelijk maakt hoe hij aan het denken gezet is over de verschillende leertheorieën. Op basis van de OAT - toets gaat de student bekijken waar zijn sterke en zwakke punten liggen. Hij gaat goed na welke onderwerpen hij al goed beheerst en welke onderwerpen hij nog moet bestuderen. De onderdelen die de student nog moet bestuderen, moet hij een plek geven in de beschouwing. Hoe de beschouwing vorm gegeven dient te worden, is de studenten reeds in week 1 uitgelegd in een college. Hieronder staat in het kort de opzet nog eens vermeld.
 Opzet beschouwing
Als je een beschouwing schrijft, probeer je de lezer over een bepaald onderwerp te laten nadenken. Bij een beschouwing staat je eigen standpunt niet centraal. Je geeft verschillende standpunten die ingenomen kunnen worden en spreekt ook een persoonlijke voorkeur uit. Een beschouwing is echter grotendeels een objectieve tekst.
 Inleiding
De inleiding van een beschouwing heeft naast de belangstelling wekken en je onderwerp introduceren, ook een structurerende functie. Je vertelt wat je in de rest van de tekst gaat bespreken. Bij een beschouwing eindigt de inleiding vaak met een vraag.
 Middenstuk
De meest gebruikte structuur voor het middenstuk van een beschouwing is de voor- en nadelen structuur. Hierbij geef je, net als bij een betoog, de voor- en nadelen van het onderwerp. Een beschouwing kan ook een verklaringsstructuur hebben. Hierin geef je kenmerken en voorbeelden, oorzaken en effecten van het verschijnsel.
 Slot
Bij beide structuren hoort een ander slot. Bij een voor- en nadeel structuur geef je een afweging van de voor- en nadelen. Bij een verklaringsstructuur geef je een samenvatting en een toekomstverwachting.
 Afluiting thema en presentatie beschouwingen
Alle studenten zijn op de vrijdagochtend aanwezig van 9.00 - 13.30 uur (Heerlen) en 8.45 - 13.00 uur (Maastricht). Aan het begin van de ochtend is er een beschouwingenmarkt. De markt bestaat uit een presentatie van de eigen beschouwing door middel van beeld, geluid, tekst e.d. De student maakt hierin zijn/haar eigen keuzes en verzorgt zijn/haar eigen 'kraam'. De studenten gaan elkaars presentaties bekijken in 2 groepen aan de hand van een kijkwijzer.
Aansluitend worden 2 tutorgroepen aan elkaar gekoppeld en lezen elkaars beschouwingen. Elke tutorgroep kiest vanuit de markt en de beschouwing zelf (het geschreven stuk) drie beschouwingen die opvallend zijn. De twee tutorgroepen gaan dan bij elkaar zitten en wisselen aan elkaar uit waarom ze voor deze drie beschouwingen gekozen hebben. Tenslotte evalueren de tutorgroepen de periode.
 Aansluitend vindt een gezamenlijke lunch plaats ter afsluiting van de periode.
Beoordelen in de tutorgroep
Werkwijze

Criteria voor de beoordeling:- helder beschrijven van persoonlijke denkwijze over leren.- lezer wordt aan het denken gezet over leertheorieёn.- goede argumentatie- persoonlijke stijl en goed taalgebruik- originaliteit
- is de opzet van een beschouwing op de juiste manier gevolgd
 De drie gekozen beschouwingen worden in de andere tutorgroep besproken.