Taak 4 De beschouwing
Beschouwing
1 visie, beoordeling, overweging
2 onder woorden gebrachte en geuite overweging
3 het beschouwen, gadeslaan
Vooraf
Voor dit thema staan vijf credits. De credits komen vrij indien:
Opdracht
De student schrijft een beschouwing over de leerervaringen ten aanzien van het thema 'Wat is leren'.
Inhoud en vorm van de beschouwing
In dit thema is de student in aanraking gekomen met verschillende leertheorieёn en hoe je die opvattingen kunt inzetten in de praktijk. De bedoeling van de beschouwing is dat de stu
dent aan de lezer duidelijk maakt hoe hij aan het denken gezet is over de verschillende leertheorieën. Op basis van de OAT - toets gaat de student bekijken waar zijn sterke en zwakke punten liggen. Hij gaat goed na welke onderwerpen hij al goed beheerst en welke onderwerpen hij nog moet bestuderen. De onderdelen die de student nog moet bestuderen, moet hij een plek geven in de beschouwing. Hoe de beschouwing vorm gegeven dient te worden, is de studenten reeds in week 1 uitgelegd in een college. Hieronder staat in het kort de opzet nog eens vermeld.
Opzet beschouwing
Als je een beschouwing schrijft, probeer je de lezer over een bepaald onderwerp te laten nadenken. Bij een beschouwing staat je eigen standpunt niet centraal. Je geeft verschillende standpunten die ingenomen kunnen worden en spreekt ook een persoonlijke voorkeur uit. Een beschouwing is echter grotendeels een objectieve tekst.
Inleiding
De inleiding van een beschouwing heeft naast de belangstelling wekken en je onderwerp introduceren, ook een structurerende functie. Je vertelt wat je in de rest van de tekst gaat bespreken. Bij een beschouwing eindigt de inleiding vaak met een vraag.
Middenstuk
De meest gebruikte structuur voor het middenstuk van een beschouwing is de voor- en nadelen structuur. Hierbij geef je, net als bij een betoog, de voor- en nadelen van het onderwerp. Een beschouwing kan ook een verklaringsstructuur hebben. Hierin geef je kenmerken en voorbeelden, oorzaken en effecten van het verschijnsel.
Slot
Bij beide structuren hoort een ander slot. Bij een voor- en nadeel structuur geef je een afweging van de voor- en nadelen. Bij een verklaringsstructuur geef je een samenvatting en een toekomstverwachting.
Afluiting thema en presentatie beschouwingen
Alle studenten zijn op de vrijdagochtend aanwezig van 9.00 - 13.30 uur (Heerlen) en 8.45 - 13.00 uur (Maastricht). Aan het begin van de ochtend is er een beschouwingenmarkt. De markt bestaat uit een presentatie van de eigen beschouwing door middel van beeld, geluid, tekst e.d. De student maakt hierin zijn/haar eigen keuzes en verzorgt zijn/haar eigen 'kraam'. De studenten gaan elkaars presentaties bekijken in 2 groepen aan de hand van een kijkwijzer.
Aansluitend worden 2 tutorgroepen aan elkaar gekoppeld en lezen elkaars beschouwingen. Elke tutorgroep kiest vanuit de markt en de beschouwing zelf (het geschreven stuk) drie beschouwingen die opvallend zijn. De twee tutorgroepen gaan dan bij elkaar zitten en wisselen aan elkaar uit waarom ze voor deze drie beschouwingen gekozen hebben. Tenslotte evalueren de tutorgroepen de periode.
Aansluitend vindt een gezamenlijke lunch plaats ter afsluiting van de periode.
Beoordelen in de tutorgroep
Werkwijze
Criteria voor de beoordeling:- helder beschrijven van persoonlijke denkwijze over leren.- lezer wordt aan het denken gezet over leertheorieёn.- goede argumentatie- persoonlijke stijl en goed taalgebruik- originaliteit
- is de opzet van een beschouwing op de juiste manier gevolgd
De drie gekozen beschouwingen worden in de andere tutorgroep besproken.