Thema 6: Oriëntatie op jonge kind / oudere kind / VMBO - Thema 6: Oriëntatie op jonge kind / oudere kind / VMBO - 2009-2010
Taken Werkplekleren
Werkplekleren
Werkplekleren
Met name voor het deelthema Jonge Kind is er wat sturing gegeven met behulp van onderstaande omschrijvingen. Voor de andere twee deelthema's is dit niet zo concreet uitgewerkt.
Kijk op je werkplek naar de spelmogelijkheden van het jonge kind.
Rollenspel in de speel- of themahoek.
- - Beschrijf de inrichting.
- - Beschrijf de rol van de leerkracht.
- - Welke mogelijkheden heeft het kind tot eigen initiatief?
Buitenspel.
- - Beschrijf de speelruimte.
- - Beschrijf de spelmaterialen die je aantreft.
- - Beschrijf de rol van de leerkracht.
Peuterspeelzaal.
Bezoek de peuterspeelzaal of peutergroep die bij jouw school hoort.
Kijk naar:
- - Mogelijkheden die kinderen daar hebben met spelen;
- - Welke activiteiten de leidster onderneemt op het terrein van lezen.
Voorlezen, verteltafel, peuters die zelf lezen, boekjes kijken, aanbod van prentenboeken enz.;
- - De aanwezigheid van evt. methodes of een VVE programma (welke?);
Zo ja, wat zegt deze methode over spelen en lezen?
Kleutergroep.
- - Werkt de kleutergroep met een methode?
- - Zo ja, welke?
- - Kun je kort aangeven hoe de leerkracht met deze methode werkt?
Is de methode een hulpbron om ideeën te krijgen? Is de methode een rode draad voor haar onderwijs of volgt de leerkracht de methode op vrij strikte wijze?
Wat vind jij hiervan?
Wat betekent dit voor kinderen?
- - Hoe verbindt de leerkracht het spelen en het lezen met elkaar?
Wordt er aandacht besteed aan geletterdheid? Zo ja, hoe?
- - Welke activiteiten onderneemt de leerkracht op het terrein van lezen?
Voorlezen, verhalen vertellen, versjes, verteltafel, beeldverhalen, prentenboeken, boekenhoek, poppenkast enz.
- - Hoe verbindt de leerkracht het spelen en het rekenen met elkaar?
Wordt er aandacht besteed aan gecijferdheid? Zo ja, hoe?
- - Wat heeft de bouw- en constructiehoek in jouw kleutergroep te maken met de doelen op het terrein van de meetkunde?
- - Welke activiteiten onderneemt de leerkracht op het terrein van de gecijferdheid en meetkunde?
Rekenverhaaltjes, rekenlesjes, inzet van de ontwikkelingsmaterialen enz.
Groep 3
- - Zijn alle kinderen 'toe' aan groep 3. Met andere woorden zou het voor enkele kinderen misschien nog beter geweest zijn wanneer zij een jaar langer in groep 2 gebleven waren? Waarom en waar blijkt dat uit?
- - Met behulp van welke methode leert de leerkracht kinderen lezen en rekenen?
- - Op welke wijze wordt lezen en rekenen (nog) verbonden met spelen?
- - Wordt er gewerkt in hoeken waar kinderen zelfstandig en op eigen wijze kunnen werken rondom de reeds geleerde letters en cijfers? Wat zou hiervan de betekenis kunnen zijn voor kinderen?
Groep 4
- - Op welke wijze kunnen kinderen zelfstandig en op eigen wijze aan het werk?
Bijvoorbeeld is er sprake van keuzetaken, dagtaken, werken in hoeken?
Is er ergens ruimte voor eigen initiatief van kinderen?
- - Wat is de rol van de methodes in groep 4?
Zijn deze een leidraad, of zijn deze richtinggevend, of bepalend voor de leerkracht?
De student maakt een schriftelijk verslag van zijn onderzoek.
De student presenteert een deelaspect van het onderzoek in een mondelinge presentatie van 7 minuten per persoon. Hij verwijst naar gebruikte literatuur en past de correcte theoretische vaktermen toe.