&g
Taak 1
Creativiteit
'De Wonderkoker'
Cleo loopt stage bij meester Andy in groep 7, er was vandaag een beeldend kunstenaar in de groep op bezoek. Hij had veel verteld. Ook had hij een kaleidoscoop meegenomen, waardoor ze mochten kijken. Nordin was zwaar onder de indruk van die "wonderkoker"
Na het bezoek vraagt Nordin aan juf Cleo wat die meneer nou precies bedoelde met creativiteit en problemen, meester Andy zegt immers altijd: "Als je maar creatief bent, dan kun je voor alle problemen van de wereld een oplossing bedenken!" Nordin snapt er niets meer van.
Cleo belooft hier morgen antwoord op te geven, maar hoe moet ze dat nou doen?
Meester Andy had na de stage weinig tijd om met Cleo over de stage na te praten.
Hij had Cleo het verhaal van "Frederik" van Leo Lionni in de handen geduwd, "Kijk maar eens , misschien kun je hier wel iets mee !", had hij gemompeld.
Cleo zat met de handen in het haar, ze belde al in de bus naar haar maatje, vriendin, en steun en toeverlaat Katja, misschien kon die haar helpen en konden ze hier samen iets mee doen.
"Ik ben helemaal niet creatief, ik kan niet eens een mannetje tekenen! Wat moet ik nu morgen aan die klas vertellen?"
Mogelijke bronnen:
Uit boekenlijst
Beeldonderwijs en didactiek-Ben Schasfoort, Hoofdstuk 'hoe ontwikkel je creativiteit?'
Boeken Sherpa Pro
Meer dan onderwijs. Par. 5.9.1.
Bronnen internet
t; (zoekterm: 'creatvitieit')
Taak 2: coöperatief leren
‘Het leren van en met elkaar’
Marion zit in de teamkamer en leest in het tijdschrift ‘De wereld van het jonge kind’ een artikel over coöperatief leren. Ze is er erg door geboeid, met name omdat in haar methodelessen de kinderen vaak de voorgeschreven opdrachten individueel verwerken. Ze vindt dat kinderen juist veel van en met elkaar leren en wil daarom de kinderen samen laten werken.
Marion is leerkracht van groep 4 en druk bezig met de tafels van 1 tot en met 10. De onderstaande sommen wil ze coöperatief laten verwerken.
2 x 6 = 2 x 7 =
4 x 6 = 4 x 7 =
8 x 6 = 8 x 7 =
10 x 6 = 10 x 7 =
5 x 6 = 5 x 7 =
De doelstelling is dat de kinderen aan elkaar de verdubbel- en halveerstrategie gaan uitleggen en daardoor deze strategieën gaan begrijpen en toepassen.
Maandagmorgen start ze met de les. Ze geeft instructie aan de kinderen:
‘Vandaag gaan jullie samen sommen oplossen. Je gaat samen met je buurmaatje deze sommen maken. Jullie krijgen per tweetal maar 1 werkblad, dus je moet echt met elkaar samenwerken.’
Na haar instructie gaan de kinderen niet meteen aan de slag, veel kinderen steken hun vingers op om vragen te stellen, ook hoort ze hier en daar ruzie, het gepraat in de klas wordt steeds harder, ze moet telkens om rust vragen. Maarten (een sterke rekenaar) zit naast Lotte (zwakke rekenaar). Maarten rekent alle sommen snel uit en Lotte kijkt tevreden toe, zo snel heeft ze nog nooit gerekend! Vincent wil niet samenwerken met Britt en gaat alleen aan de slag. Britt roept naar Marion:’’Juf,hij wil niet met mij!”.
Marion besluit om te stoppen met samenwerken en een klassikale instructie te geven over de verdubbel- en halveerstrategie. Ze doet enkele sommen voor en de kinderen gaan daarna in alle rust individueel de sommen maken.
Aan het einde van de les leest ze de antwoorden voor, de kinderen kijken meteen hun antwoorden na.
Na afloop van de les is Marion erg teleurgesteld: ‘wat ging er mis en wat zou ik kunnen doen om het samenwerken effectief te laten zijn?’
Mogelijke bronnen
Boeken:
Van boekenlijst:
Boeken Sherpa Pro:
atief leren)
Internet
http://www.onderwijsmaakjesamen.nl/ http://www.kaganonline.com/
Taak 3:
Rol van de leerkracht in de rijke leeromgeving ‘Welke rol neem ik aan?’
Deze bijeenkomst hoeven de studenten de taak niet uit te printen!
Jij bent stagiaire in groep 6.
Jouw mentor heeft ontdekt dat de kinderen nauwelijks voor hun plezier en in hun vrije tijd een boek ter hand nemen. Hij vraagt daarom aan jou om het lezen bij kinderen te stimuleren vanuit verschillende rollen, te weten:
1 ontwerper
2 expert
3 model
4 coach
Mogelijke bronnen
Uit boekenlijst:
Boeken Sherpa Pro:
Delphi thema 3
http://www.klasse.be/archieven/archieven.taf?actie=detail&nr=1025 http://www.klasse.be/archieven/archieven.taf?actie=detail&nr=5154
&l
&l
Taak 4
Betrokkenheid en welbevinden
Neem je (ingevulde) vliegerboek mee naar de tutorbijeenkomst!
Betrokkenheid
Jullie krijgen een aantal opdrachten aangeboden. De bedoeling is dat jullie bij aanvang, tijdens en na afloop van de opdrachten je eigen betrokkenheid gaan scoren en daarna die van kinderen. Ook het begrip 'welbevinden' komt aan bod.
Print alle opdrachten uit, en neem ze mee naar de onderwijsgroep!
Mogelijke bronnen
boeken van Sherpa pro/boekenlijst
'meer dan onderwijs' paragraaf 3.7.5 en 10.8.2
Internet: www.cego.nl
en andere bronnen met zoektermen:
- welbevinden
- betrokkenheid
- betrokkenheidsverhogende factoren
Noteer kort je bevindingen na 1 minuut, na 3 minuten en na 5 minuten. Gebruik hierbij de termen: geen, lage, matige en hoge 'betrokkenheid'.
Welke conclusies kun je trekken ten aanzien van jouw bevindingen en de scores van je groepsleden?
t;/p>
t;/p>
Maak in 2- of 3 tallen een mindmap met kenmerken van betrokkenheid.
Betrokkenheid
Probeer vervolgens in dezelfde groepssamenstelling tot een definitie van betrokkenheid te komen. Leg de definities naast elkaar en ga op zoek naar de officiële definitie.
Welbevinden
Bekijk de volgende foto's.
Waaraan zie je of merk je bij jezelf en/of bij anderen dat iemand zich prettig voelt?
Als je terugkijkt naar de periode van thema 1 en 2 binnen de opleiding, op welk moment heb je jezelf dan het prettigst gevoeld? Beschrijf dit kort.
Op welk moment binnen de opleiding heb je een afwijkende mening al dan niet kenbaar gemaakt?
Benoem een moment waarin je jezelf zo veilig voelde - dat je iets wat je moeilijk vond - toch durfde te doen of te zeggen.
Maak in tweetallen een mindmap over welbevinden.
welbevinden.
Probeer vervolgens in dezelfde groepssamenstelling tot een definitie van welbevinden te komen. Leg de definities naast elkaar en ga op zoek naar de officiële definitie.
De fragmenten (eerst de illustratiefragmenten, vervolgens de oefenfragmenten)
De fragmenten kun je vanuit verschillende invalshoeken bekijken. Wij kiezen voor een specifieke ingang namelijk betrokkenheid.
Concentreer je bij het bekijken van de band voortdurend op de kinderen. Selecteer, bij groepsfragmenten één kind. Probeer als het ware in zijn/ haar huid te kruipen. Naarmate je daarin slaagt, kun je ook nog aangeven in welke mate zij zich betrokken voelt.
1. kijk naar de fragmenten.
2. let bij ieder fragment op: concentratie, energie, complexiteit en creativiteit, mimiek en houding, persistentie, nauwkeurigheid, reactietijd, verwoording, voldoening
3. scoor de schaalwaarden en noteer de signalen die je waarneemt
4. bespreek jullie schaalwaarden en signalen samen.
5. De tutor leest uiteindelijk voor welke schaalwaarde toegekend is en geeft de argumentatie voor jullie keuze.
Opdracht:
1. Beschrijf het fragment in de eerste kolom. Bijv. meisje lees met boekje
2. Maak een inschatting van het betrokkenheidniveau door een kruisje te plaatsen in de corresponderen scorekolom. Indien je in het fragment een evolutie vaststelt, plaats je meerdere kruisjes en verbindt je ze met een lijn.
3. Licht je score(s) toe in de rechterkolom. Noteer ook de geobserveerde signalen. Zoek naar een verklaring voor de vastgestelde waarde van betrokkenheid door de bepalende kenmerken en factoren te identificeren.
beschrijving pace: pre;"> 1 2 3 4 5 niveaus verklaring