Thema 3: Een rijke en krachtige leeromgeving - Thema 3: Een rijke en krachtige leeromgeving 2009-2010 - 2009-2010

Taken Onderwijsgroep

Taak 4 Betrokkenheid en welbevinden

&l
&l
Taak 4
Betrokkenheid en welbevinden
Neem je (ingevulde) vliegerboek mee naar de tutorbijeenkomst!
Betrokkenheid
 Jullie krijgen een aantal opdrachten aangeboden. De bedoeling is dat jullie bij aanvang, tijdens en na afloop van de opdrachten je eigen betrokkenheid gaan scoren en daarna die van kinderen. Ook het begrip 'welbevinden' komt aan bod.
Print alle opdrachten uit, en neem ze mee naar de onderwijsgroep!
Mogelijke bronnen
 boeken van Sherpa pro/boekenlijst
'meer dan onderwijs' paragraaf 3.7.5 en 10.8.2
 
Internet: www.cego.nl
en andere bronnen met zoektermen:
-        welbevinden
-        betrokkenheid
-        betrokkenheidsverhogende factoren
 
 
Noteer kort je bevindingen na 1 minuut, na 3 minuten en na 5 minuten. Gebruik hierbij de termen: geen, lage, matige en hoge  'betrokkenheid'.
Welke conclusies kun je trekken ten aanzien van jouw bevindingen en de scores van je groepsleden?

t;/p>
 

t;/p>
Maak in 2- of 3 tallen een mindmap met kenmerken van betrokkenheid.
 
Betrokkenheid
Probeer vervolgens in dezelfde groepssamenstelling tot een definitie van betrokkenheid te komen. Leg de definities naast elkaar en ga op zoek naar de officiële definitie.
 
Welbevinden
Bekijk de volgende foto's.
Waaraan zie je of merk je bij jezelf en/of bij anderen dat iemand zich prettig voelt?
Als je terugkijkt naar de periode van thema 1 en 2 binnen de opleiding, op welk moment heb je jezelf dan het prettigst gevoeld? Beschrijf dit kort.
Op welk moment binnen de opleiding heb je een afwijkende mening al dan niet kenbaar gemaakt?
Benoem een moment waarin je jezelf zo veilig voelde - dat je iets wat je moeilijk vond - toch durfde te doen of te zeggen.

 Maak in tweetallen een mindmap over welbevinden.
welbevinden.
Probeer vervolgens in dezelfde groepssamenstelling tot een definitie van welbevinden te komen. Leg de definities naast elkaar en ga op zoek naar de officiële definitie.

De fragmenten (eerst de illustratiefragmenten, vervolgens de oefenfragmenten)
De fragmenten kun je vanuit verschillende invalshoeken bekijken. Wij kiezen voor een specifieke ingang namelijk betrokkenheid.
Concentreer je bij het bekijken van de band voortdurend op de kinderen. Selecteer, bij groepsfragmenten één kind. Probeer als het ware in zijn/ haar huid te kruipen. Naarmate je daarin slaagt, kun je ook nog aangeven in welke mate zij zich betrokken voelt.

1.     kijk naar de fragmenten.
2.     let bij ieder fragment op: concentratie, energie, complexiteit en creativiteit, mimiek en houding, persistentie, nauwkeurigheid, reactietijd, verwoording, voldoening
3.     scoor de schaalwaarden en noteer de signalen die je waarneemt
4.     bespreek jullie schaalwaarden en signalen samen.
5.     De tutor leest uiteindelijk voor welke schaalwaarde toegekend is en geeft de argumentatie voor jullie keuze.
Opdracht:
1.     Beschrijf het fragment in de eerste kolom. Bijv. meisje lees met boekje
2.     Maak een inschatting van het betrokkenheidniveau door een kruisje te plaatsen in de corresponderen scorekolom. Indien je in het fragment een evolutie vaststelt, plaats je meerdere kruisjes en verbindt je ze met een lijn.
3.     Licht je score(s) toe in de rechterkolom. Noteer ook de geobserveerde signalen. Zoek naar een verklaring voor de vastgestelde waarde van betrokkenheid door de bepalende kenmerken en factoren te identificeren.

beschrijving      pace: pre;">   1   2    3    4   5  niveaus verklaring