E-learning is een verzamelnaam voor leeractiviteiten waarbij je interactief gebruik maakt van een computer die verbonden is met het Internet. E-learning wordt gezien als een goed middel om leren op afstand mogelijk te maken; het maakt plaats- en tijdonafhankelijk onderwijs mogelijk.
Deze e-learning taak speelt zich af in een virtuele schoolomgeving; in deze omgeving tref je diverse mensen aan die antwoord kunnen geven op vragen over het omgaan met verschillen en de zorgstructuur op school.
In deze taak worden een aantal uitspraken/gedachten geordend. De uitspraken verwijzen naar theorie en praktijk.
De visie op opvoeden ligt aan de basis van het onderwijs. Kinderen verschillen en worden verschillend opgevoed. Leerkrachten verschillen in hun mening over opvoeden en onderwijzen. Leerkrachten verschillen ook in hun mening t.a.v. verschillen tussen kinderen. Het onderwijs is sterk gerelateerd aan een mens- en maatschappijvisie
In deze taak gaat het om observeren en registreren. Daarbij komt het verschil tussen observeren en interpreteren aan de orde. Je moet dus verschillen tussen kinderen waarnemen. Daarvoor zijn observatie-instrumenten nodig. Deze instrumenten helpen verschillen tussen kinderen te beschrijven.
Om planmatig te handelen met leerlingen in de groep heb je deze beschrijvingen nodig.
Deze taak bestaat uit twee onderdelen.
Onderdeel 1 van deze taak is een spel dat je bewust maakt van de wijze waarop je omgaat met verschillen tussen kinderen in de stageklas. Daarnaast denk je na over de wijze waarop jouw mentor met specifieke verschillen tussen kinderen omgaat.
Onderdeel 2 is een videocasus waarin we zien hoe meester Ko omgaat met Tom, een leerling die gedragsproblemen vertoont. Het is de bedoeling dat je let op het gedrag van Tom en het gedrag van meester Ko. Er is een slechte communicatie: Tom wordt aan zijn lot overgelaten. De leerkracht let vooral op het 'negatieve gedrag' van Tom en houdt geen rekening met het feit dat Tom misschien een andere aanpak nodig heeft
Dit fragment staat in het teken van het creëren van een veilig pedagogisch klimaat, waarin alle leerlingen in staat zijn om actief te kunnen leren.
Deze taak leidt toe naar een toepassingstaak en bestaat uit twee verschillende klassensituaties:
Een klassikale, leerkrachtgestuurde omgeving waarbij de leerkracht geen rekening houdt met verschillen tussen kinderen in zijn les. Alle kinderen krijgen dezelfde stof, in dezelfde hoeveelheid, op hetzelfde moment aangereikt. De leerkracht is voornamelijk zelf aan het woord. Er is weinig interactie met de leerlingen. en een voorbeeld van een adaptieve, gedeeld gestuurde omgeving.
De leerkracht in dit fragment houdt juist wel rekening met verschillen tussen kinderen. In haar klassenmanagement heeft zij aanpassingen gedaan om dit te realiseren.
Deze taak is een zogenaamde discussietaak, een soort taak binnen PGO. Het is de bedoeling dat je vanuit de casus punten van discussie (dilemma's) bepaalt en van hieruit met elkaar in discussie gaat. Het doel is niet het bereiken van consensus. De taak stimuleert elaboratie van kennis aan het einde van het blok.
Verder leidt de taak tot het (ver)kennen van (persoonlijke) waardenoriëntaties en waardenhiërarchie: respect voor het standpunt van een ander.