Thema 6: Oriëntatie bij het Jonge Kind / Oudere Kind / VMBO - Thema 6: Oriëntatie bij het Jonge Kind / Oudere Kind / VMBO - 2010-2011

Taken Onderwijsgroep

Deelthema VMBO/LWOO.

 
- Deelthema VMBO/LWOO.
 
Taak Puberteit.
 
Onderzoek naar puberteit.
 
Opdracht in A-week, maandag
 
Artikel:  Fragment: ,,Mijn moeder gaf me twee keer het leven''
(Bron: Nieuwsblad.be. Compleet artikel: zie Delphi).
 
 
,,Mijn moeder gaf me twee keer het leven'' Vriendin Peter Van Asbroeck is fier dat ze anorexia heeft overwonnen
Brussel - ,,Ik zal wel nooit perfect gelukkig zijn met mijn lichaam, maar ik ben genezen en ik voel me gelukkig. Eten domineert mijn leven niet meer. Anorexiapatiënten zijn geen slechte mensen, en ik ben fier dat ik de ziekte overwonnen heb.'' Anke Frédérick (21), professionele danseres, choreografe en vriendin van Thuis-acteur Peter Van Asbroeck brengt een prangende getuigenis over heet gevecht tegen de ziekte.
Anke Frédérick ziet er heel goed uit en heeft een lichaam waar veel meisjes geld zouden voor geven. Vandaag is Anke ook gelukkig: 21 jaar, ze danst onder meer in het TV1-programma Het Swingpaleis , geeft dansles, en sinds kort is ze verloofd met Thuis-acteur Peter Van Asbroeck. Maar ooit ging het Anke veel minder goed voor de wind. Tijdens haar puberteit worstelde ze jarenlang met eetstoornissen: eerst anorexia, het andere uiterste: boulimie.

 
 
Artikel:  Fragment: ,,Mijn moeder gaf me twee keer het leven''
 
1.      Artikel (zie Delphi) lezen
2.      Analyse van het vraagstuk betrekken richting puberteit.
3.      Welke relevante onderzoeksvragen zal de student gaan ontwerpen. Daarbij is de discussie binnen de tutorgroep van belang.
4.      De student is verplicht om bij zeker één van de deelvragen de werkplek bij zijn onderzoek te kunnen betrekken. Dat dient hij dan ook van tevoren vastgelegd te hebben.
5.      De door de student geformuleerde onderzoeksvragen moeten beantwoord worden. Hoe gaat de student dat aanpakken?
 
 
 
Opdracht voor rapportage in C-week, maandag.
 
De student maakt een schriftelijk verslag van zijn onderzoek. De door de student vooraf geformuleerde onderzoeksvragen worden op een logische en samenhangende manier uitgewerkt in een verslag.
De student presenteert een deelaspect van het onderzoek in een mondelinge presentatie van circa vijf tot zeven minuten per persoon. Hij verwijst naar gebruikte literatuur en past  de correct theoretische vaktermen toe.
 
Groepswerk is toegestaan (maximaal 3 personen), maar zowel het schriftelijke verslag als de mondelinge presentatie geschiedt  naar rato.
 
 
Taak VMBO-scholen & veiligheid.
 
Onderzoek naar VMBO-scholen & veiligheid.
 
Opdracht in A-week, vrijdag.
 
"Steekpartij Rotterdamse school: twee gewonden".
 
ROTTERDAM - Eén dag na de steekpartij op een vmbo-school in Amsterdam zijn in Rotterdam een medeleerling en een adjunct-directrice door een scholier neergestoken.
Beiden moesten naar het ziekenhuis worden gebracht. Ze verkeren buiten levensgevaar. De steekpartij vond plaats even buiten een vmbo-school aan de Japarastraat in Rotterdam-West.
De klas was op weg voor een uitje toen een leerling onenigheid kreeg met een leeftijdgenoot van een andere school. Deze pakte een steekwapen en begon te steken. De jongen werd gestoken in een arm en in zijn gezicht.
De adjunct-directrice (51) probeerde tussenbeiden te komen, en liep forse steekwonden op. De dader is gearresteerd. De politie vermoedt dat een eerdere ruzie tussen de jongens de aanleiding is.
(Volkskrant, oktober 2007).
Krantenartikel:  "Steekpartij Rotterdamse school: twee gewonden".
 
 
1.      Artikel (zie Delphi) lezen
2.      Analyse van het vraagstuk betrekken richting puberteit.
3.      Welke relevante onderzoeksvragen zal de student gaan ontwerpen Daarbij is de discussie binnen de tutorgroep van belang. Discussie
4.      De student is verplicht om bij zeker een van de deelvragen de werkplek bij zijn onderzoek te kunnen betrekken. Dat dient hij dan ook van tevoren vastgelegd te hebben.
5.      De door de student geformuleerde onderzoeksvragen moeten beantwoord worden. Hoe gaat de student dat aanpakken?
 
 
 
Opdracht voor rapportage in C-week, vrijdag.
 
De student maakt een schriftelijk verslag van zijn onderzoek. De door de student vooraf geformuleerde onderzoeksvragen worden op een logische en samenhangende manier uitgewerkt in een verslag.
De student presenteert een deelaspect van het onderzoek in een mondelinge presentatie van circa vijf tot zeven minuten per persoon. Hij verwijst naar gebruikte literatuur en past  de correct theoretische vaktermen toe.
 
Groepswerk is toegestaan (maximaal 3 personen), maar zowel het schriftelijke verslag als de mondelinge presentatie geschiedt naar rato.
 
 
Werkplekleren
 
Met name voor het deelthema Jonge Kind is er wat sturing gegeven met behulp van onderstaande omschrijvingen. Voor de andere twee deelthema's is dit niet zo concreet uitgewerkt.
 
Werkplek opdracht. (2 A-4tjes)
 
Verplichte  opdracht voor de A-week.
 
Kijk op je werkplek naar de spelmogelijkheden van het jonge kind.
Rollenspel in de speel- of themahoek.
-        Beschrijf de inrichting.
-        Beschrijf de rol van de leerkracht.
-        Welke mogelijkheden heeft het kind tot eigen initiatief?
Buitenspel.
-        Beschrijf de speelruimte.
-        Beschrijf de spelmaterialen die je aantreft.
-        Beschrijf de rol van de leerkracht.
 
Verplichte onderzoekstaak.
 
Voor in B-week.
 
Peuterspeelzaal.
Bezoek de peuterspeelzaal of peutergroep die bij jouw school hoort.
Kijk naar:
-        Mogelijkheden die kinderen daar hebben met spelen;
-        Welke activiteiten de leidster onderneemt op het terrein van lezen.
Voorlezen, verteltafel, peuters die zelf lezen, boekjes kijken, aanbod van prentenboeken enz.;
-        De aanwezigheid van evt. methodes of een VVE programma (welke?);
Zo ja, wat zegt deze methode over spelen en lezen?
 
Kleutergroep.
-        Werkt de kleutergroep met een methode?
-        Zo ja, welke?
-        Kun je kort aangeven hoe de leerkracht met deze methode werkt?
Is de methode een hulpbron om ideeën te krijgen? Is de methode een rode draad voor haar onderwijs of volgt de leerkracht de methode op vrij strikte wijze?
Wat vind jij hiervan?
Wat betekent dit voor kinderen?
 
-        Hoe verbindt de leerkracht het spelen en het lezen met elkaar?
Wordt er aandacht besteed aan geletterdheid? Zo ja, hoe?
-        Welke activiteiten onderneemt de leerkracht op het terrein van lezen?
Voorlezen, verhalen vertellen, versjes, verteltafel, beeldverhalen, prentenboeken, boekenhoek, poppenkast enz.
 
-        Hoe verbindt de leerkracht het spelen en het rekenen met elkaar?
Wordt er aandacht besteed aan gecijferdheid? Zo ja, hoe?
-        Wat heeft de bouw- en constructiehoek in jouw kleutergroep te maken met de doelen op het terrein van de meetkunde?
-        Welke activiteiten onderneemt de leerkracht op het terrein van de gecijferdheid en meetkunde?
Rekenverhaaltjes, rekenlesjes, inzet van de ontwikkelingsmaterialen enz.
 
Groep 3
-        Zijn alle kinderen 'toe' aan groep 3. Met andere woorden zou het voor enkele kinderen misschien nog beter geweest zijn wanneer zij een jaar langer in groep 2 gebleven waren? Waarom en waar blijkt dat uit?
-        Met behulp van welke methode leert de leerkracht kinderen lezen en rekenen?
-        Op welke wijze wordt lezen en rekenen (nog) verbonden met spelen?
-        Wordt er gewerkt in hoeken waar kinderen zelfstandig en op eigen wijze kunnen werken rondom de reeds geleerde letters en cijfers? Wat zou hiervan de betekenis kunnen zijn voor kinderen?
 
Groep 4
-        Op welke wijze kunnen kinderen zelfstandig en op eigen wijze aan het werk?
Bijvoorbeeld is er sprake van keuzetaken, dagtaken, werken in hoeken?
Is er ergens ruimte voor eigen initiatief van kinderen?
-        Wat is de rol van de methodes in groep 4?
Zijn deze een leidraad, of zijn deze richtinggevend, of bepalend voor de leerkracht?
 
 
Opdracht voor rapportage in C-week, vrijdag.
 
De student maakt een schriftelijk verslag van zijn onderzoek. 
Maximaal 5 pagina's.
De student presenteert een deelaspect van het onderzoek in een mondelinge presentatie van 7 minuten per persoon. Hij verwijst naar gebruikte literatuur en past de correcte theoretische vaktermen toe.
 
Groepswerk is toegestaan (maximaal drie personen), maar zowel het schriftelijke verslag als de mondelinge presentatie geschiedt naar rato.